Uitkomst MQ-scan verontrustend

De Wheele

Eerder schreef ik in enkele columns over de motorische achterstand van een groot deel van onze kinderen en de verantwoordelijkheid van ouders, scholen en de overheid om daar extra veel aandacht aan te besteden. Het is slecht gesteld met onze kinderen. Een artikel in één van de dagbladen kopte onlangs met ‘Kinderen klunziger’.

In het artikel werd de uitslag bekendgemaakt van de zogeheten MQ-scan onder 16.000 kinderen. Deze uitslag is echt schokkend. Een kwart van de basisschoolleerlingen tussen de zes en elf jaar in Nederland scoort een onvoldoende op bewegingsvaardigheid. Bij de MQ-scan, die een aanvulling is op de toetsing van de cognitieve en sociale vaardigheden van onze kinderen, leggen de kinderen een kort parcours af. In dit parcours moeten de kinderen onder meer rennen, springen en gooien. Het wetenschappelijk onderbouwde onderzoek (Vrije Universiteit en de Haagse Hogeschool) toont met keiharde cijfers en objectieve inzichten aan dat we ons terecht ernstig zorgen moeten maken.

In mijn beleving moeten we daarom in de schoolse setting onze verantwoordelijkheid pakken: meer gevarieerd bewegen op school. We moeten de overheid overtuigen van het feit dat vakdocenten lichamelijke oefening op alle scholen in Nederland nodig zijn om kinderen veel maar ook met plezier te laten bewegen. Ook ouders zullen we meer dan ooit moeten overtuigen van hun verantwoordelijkheid in deze. Buiten spelen, hoe moeilijk dat in sommige buurten ook is, blijven stimuleren. De moeite nemen om met de kinderen plekken te zoeken waar spelen/ravotten nog veilig kan. Spelen/ravotten zat en zit nog steeds in de natuur van kinderen. Ik zie het elke dag als ik in de middagpauze buiten op het plein bij mijn school de spelende kinderen observeer.

De motorische vaardigheden van onze kinderen vormen een groot maatschappelijk probleem. Als we dit plaatsen naast het feit dat vijftig procent van onze kinderen bijziend is als gevolg van te veel staren op de beeldschermen van smartphones, spelcomputers, laptops en pc’s. Juist door de spelletjes waarbij ze rennen en springen virtueel beleven, hoeven ze niet meer zelf te oefenen en er niet meer moe van te worden. Het is dan ook logisch dat er ook meer en meer mentale problemen zullen ontstaan. Lichaam en geest kunnen niet los van elkaar worden gezien. Er is namelijk een constante interactie tussen die twee. Tijd voor actie!